Communiceren

Ik ben bij Albert Heijn om nog even te genieten van hoe mijn zelf ontworpen A3 poster (met een uitnodiging erop voor een lezing). En dan de klap: hij is er niet meer. Na een dag al is hij verdwenen!
Ik had er zo mijn best op gedaan en hij was best prijzig. En nu, zomaar plotsklaps: verdwenen...

meditatie

Met grote passen been ik naar de informatie balie en vraag boos aan een mevrouw van Albert Heijn, die achter de balie staat, hoe dit heeft kunnen gebeuren. (Ik ga er automatisch vanuit, dat de poster door iemand van Albert Heijn is verwijderd.)
De mevrouw vertelt me meteen, dat Albert Heijn nooit iets verwijdert. Dat het prikbord openbaar is en dat het mijn eigen verantwoordelijkheid is, of ik daar iets ophang.
Ze geeft nog aan dat ze gisteren en eergisteren heeft gewerkt.
Aarzelend kijkt ze naar het prikbord...

Ik vertrouw haar niet. Vanwege dat aarzelende. Zo diep is de overtuiging dat het door iemand van Albert Heijn moet zijn gedaan. Ik word bozer en bozer. Vooral de zin over dat ik zelf verantwoordelijk ben, maakt me zo kwaad. En mijn emotie-denken neemt de overhand. De oordelen over de vrouw achter de balie stapelen zich op.
Er komt een andere medewerkster van Albert Heijn bij, die vraagt wat er aan de hand is. Zij bevestigt dat Albert Heijn nooit iets van het prikbord haalt, alleen als het over de datum is. Zij klinkt zelfverzekerder. Van haar neem ik het aan.

Dan fiets ik weg. Ik voel dat mijn boosheid voortkomt uit het feit dat ik mij belazerd voel door iemand die iets, waar ik hard aan heb gewerkt, heeft weggehaald.

Naarmate ik verder fiets, realiseer ik me, dat de vrouw achter de balie er niets mee te maken had. Ik repeteer wat ze heeft gezegd. En zie, dat mijn boosheid haar blik naar het prikbord interpreteerde als twijfelachtig en dus onbetrouwbaar. Alles wat ik aan die balie waarnam ging door het filter van mijn boze oren en ogen.

Nu hoor ik pas hoe ze zei dat ze gisteren en eergisteren nog gewerkt had. Dat was bedoeld om mee te denken. Ik stel me voor hoe zij zich nu moet voelen. Ik heb spijt.

Ik zie dat er vandaag twee dingen zijn gebeurd waardoor ik mij benadeeld voelde en dat heeft zich opgestapeld tot deze houding van mij. En ik erken, dat dit weer aanhaakt bij dingen die eerder in mijn leven zijn gebeurd en die niets met deze poster te maken hebben.

Ik probeer me voor te stellen wie deze poster heeft verwijderd. Hij was felgekleurd, stralend, uitbundig en vooral heel groot. Daar hing mijn A3 formaat tussen bijna allemaal kleinere A4tjes. Dat moet jaloezie of ergernis bij iemand hebben opgeroepen.

Ik herinner me wat ik uit de familie opstellingen training in augustus meenam: 'iedereen heeft een gelijk recht om toe te behoren aan het geheel. Als daar niet aan voldaan wordt, protesteert het geheel.' Dat is nu dus gebeurd. Vervolgens zie ik dat bij een andere Albert Heijn ook mijn poster is verdwenen.

Ik heb last van mijn negatieve energie. De zogenaamde kracht van 'in mijn recht staan' maakt plaats voor het missen van de zachte, liefdevolle, dankbare energie, die ik de laatste weken bij me droeg.

Ik heb begrip voor de achtergrond van mijn boosheid, die uit mijn verleden komt. En omarm dat stuk in mij dat pijn heeft. Dan bedenk ik dat ik het gewoon goed kan maken met de mevrouw achter de balie en fiets terug naar Albert Heijn. De mevrouw is al naar huis.

De volgende ochtend fiets ik meteen na mijn tai chi les naar Albert Heijn en bied haar mijn oprechte excuses aan. Zij neemt mijn handen in haar handen en zegt dat ze het zo mooi van me vindt dat ik gekomen ben om dit te zeggen. Nog herinner ik me hoe zacht haar handen waren en hoe vriendelijk haar ogen.
En mijn mooie energie is terug.

Ik ben zo dankbaar voor deze ervaring. En weet, dat ik mijn oude voornemen weer op zal pakken om wanneer ik boos ben, ten minste 24 uur te wachten met reageren.