Depressie

depressie

Zo noemde Jeff Foster (youtube) depressie: depressed = deep rest... Zo mooi vond ik dat toen ik in mijn laatste van een serie depressies zat. Een depressie die 2,5 jaar duurde en waar ik in juli 2015 uit kwam.

Ik vond de naam 'deep rest' mooi, omdat die uiterst respectvol is. Omdat die aangeeft dat je daar zit, bewegingsloos. Het voelde voor mij niet als rust. Nee, een grote onrust gierde door me heen. Ik wlde niet vegeteren. Ik voelde me een aanklacht tegen het bestaan. Omdat ik geboren was om te léven, en ik leefde niet. En toch: deze respectvolle term: 'deep rest' deed mij goed. Wetende dat Jeff Foster uit ervaring sprak en hele diepe depressie had gekend.

Ik vond het een schande om het te benoemen: 'ik ben depressief'. De angst om een loser gevonden te worden, een slappeling die niet weet hoe hij moet leven. De opmerkingen van anderen: 'Je hebt toch alles? Kijk eens waar je allemaal dankbaar voor kunt zijn!' En dat ìs het juist. Ik kòn me niet verbinden met dat alles om mij heen. Dus alles was doods. En wat ik ging doen was vergelijken met anderen. Omdat ik de verbinding niet voelde met mezelf. Anderen leefden wel, dus het leek alsof het leven daar te halen was. Als ik deed wat zij deden, dan werd ik misschien gelukkig. Maar wat er gebeurde was dat ik nog verder van mezelf af kwam te staan. In een poging iemand anders kopie te worden. En de ander voelde dat ik hem nadeed.

Het is natuurlijk dat ik jaloers was op anderen in mijn depressie. Daar hoef ik mij niet schuldig over te voelen, zie ik nu. Al is het voor de ander natuurlijk niet leuk om die jaloezie te bemerken. Maar ik kon in mijn depressie onmogelijk met de ander meegenieten. Dat kan ik alleen, als ik zelf gelukkig ben.

Dat maakte nog meer dat ik in een sociaal isolement terecht kwam. Ik wist dat ik geen fijne energie uitstraalde. En zag aan anderen het effect van het uitstralen van mijn toestand. Daardoor werd het verleidelijk om maar nergens meer heen te gaan. Bij de mensen van wie ik hield kwam ik juist teveel. Ik durfde niet met mijzelf te zijn. Met mijn eigen doods voelende aanwezigheid.

Vele therapieën en workshops volgde ik. En ik bemerkte dat alleen die therapie werkte, waarbij ik liefde, warmte en begrip ervoer. Er moest een klik zijn tussen de therapeut en mij. Ik moest de bezieling van de therapeut voelen en op de eerste plaats diens liefde en gelijkwaardigheid. Liefde en werken aan bewustzijn waren twee ingredienten die ik nodig had . Voor mij is dat vooral de Art Therapy Training van Meera Hashimoto geweest (www.meera.de). En de meditatie van Osho die ik weer ging doen in die training, 21 dagen achter elkaar in die training: de Osho Dynamic Meditatie. Zo helend was die meditatie voor mij. En nog steeds, want ik blijf hem dagelijks doen. Ook heb ik (achteraf gezien) veel gehad aan therapie in een groep. Schema therapie, drie dagen per week gedurende dertien maanden. En waarom? Omdat we  elkaar in die groep in alle situaties zagen. Alle situaties in het dagelijks leven. Onze hebbelijkheden, onze valkuilen, onze grappige kanten, alles... Achteraf zie ik hoe belangrijk het voor mij is geweest om binnen een groep mensen te zijn, die om mij heen blijven wat er ook gebeurt. Ook met mijn depressie. Die zelf ervaring hebben hiermee. Die niet meteen komen met tips of oordelen.

Ieders weg uit de depressie zal anders zijn. Omdat iedereen uniek is. En depressie is geen schande. Het is een teken van wijsheid van ons diepste wezen. Dat wezen kan niet meer verder met de huidige situatie en roept je op om iets anders te gaan doen. Maar je weet bij god niet wat. Anders zat je niet in die depressie. Het is een pas op de plaats. Het voelt als een gedwongen pas. En het lijkt geen pas omdat het een toestand lijkt die nooit nooit meer over zal gaan. Uitzichtloos, hopeloos. En vanuit hier een diepe angst.

Achteraf is het gemakkelijk praten, dat weet ik. Het is een genade om eruit te zijn. Achteraf kan ik zien: het was nodig. En natuurlijk kon ik geen kant op. Omdat iets WEZENLIJK ANDERS zich aan wilde dienen. Iets dat als een onstuitbare levensdrang in mij naar boven wilde. Terwijl ikzelf voelde dat ik net zo goed dood kon zijn. Iets wilde zich aandienen, wat nog niet wist hoe het naar boven kon komen. Omdat ik de rem erop had staan. Onbewust weliswaar. Die rem had vele functies gehad; die rem had mij beschermd in mijn kindertijd, tijdens mijn puberteit. Dus heel logisch dat ik die rem diep van binnen koesterde. Maar iets in mij was niet meer tevreden. En onbewust trapte ik nog harder op de rem om mij tot stilstand te dwingen.

Machteloos voel ik mij wanneer ik een ander depressief zie. Omdat ik weet hoe verschrikkelijk het voelt. Het grauwe, levenloze, dode, uitzichtsloze. En ik weet dat ik niet anders kan dan bij die ander te blijven. Zonder tips (ookal maak ik mij hier bijna dagelijks schuldig aan) en zonder oordeel. Maar vanuit een diep respect voor die ander, die de moed heeft om in een deep rest te zijn, ookal heeft hij hier bewust niet voor gekozen. Niemand zou hier bewust voor kiezen. Het onbewuste is echter wijzer denk ik nu.


meditatie