bloesemboom op pagina wat is meditatie

 

Wat is Meditatie ?

Osho's woorden:

Meditatie is een toestand voorbij het denken. Meditatie is een toestand van puur bewustzijn,
een bewustzijn zonder bewustzijnsinhoud.

Normaal is je bewustzijn overladen met rommel, vergelijkbaar met een spiegel, die onder het stof zit. De mind is een onafgebroken stroom van verkeer: gedachten komen en gaan, ambities komen en gaan – het is één continue verkeersstroom, dag in dag uit. Zelfs als je slaapt is je mind aan het werk – dat zijn je dromen.  De mind weet niet van ophouden, hij roert zich in je zorgen en je onrust. Het bereidt zich al voor op de dag van morgen. Ongemerkt loopt hij op alles vooruit.

Zo is het al je niet mediteert. Meditatie is precies het tegenovergestelde. Als er geen verkeer is en het denken gestopt is – er roeren zich geen gedachten, geen verlangen steekt de kop op, je bent doodstil – die stilte is meditatie. En in die stilte ervaar je de waarheid en nooit op een andere manier. Meditatie is een toestand voorbij het denken.

Die toestand kun je nooit ervaren via de mind, omdat de mind eeuwig in zijn eigen kringetje blijft ronddraaien. Wat meditatie is kun je alleen ervaren door de mind terzijde te schuiven, door je koel, onaangedaan en niet-geïdentificeerd op te stellen tegenover de mind, door te kijken naar het voorbijtrekken van de mind, zonder je met hem te vereenzelvigen, door niet te denken: dat ben ik.

Meditatie is het inzicht dat ik niet ben wat er in mijn hoofd omgaat. Als dat inzicht zich in je verdiept, komen er stilaan momenten…momenten van verheldering, momenten waarop niets zich in je roert en alles stil is. In die stille momenten weet je wie je bent en begrijp je het geheim van het bestaan.
Er breekt een dag aan, een gezegende dag, waarop meditatie je natuurlijke toestand is geworden.

De mind is heel onnatuurlijk. Hij wordt nooit je natuurlijke staat. Maar meditatie is een natuurlijke toestand en wel een die we kwijt zijn geraakt. Het is een paradijs dat we zijn kwijtgeraakt maar we kunnen dit paradijs wel herwinnen. Kijk in de ogen van een kind, kijk goed en je ziet een immense stilte en onschuld. Elk kind komt in een toestand van meditatie ter wereld maar vervolgens moet het in de regels van de maatschappij worden ingewijd – het moet leren denken, rekenen, redeneren, argumenteren – het moet zich woorden, taal, begrippen eigen maken. En langzaam, heel langzaam verliest het kind het contact met zijn eigen onschuld. Het raakt besmet, vergiftigd door de maatschappij. Het wordt een efficiënt instrument. Het is geen mens meer.

Het enige wat je moet doen is die ruimte nog eenmaal terugvinden. Je hebt die ruimte ooit gekend en als je voor het eerst ervaart wat meditatie is, zul je tot je verbazing merken dat een geweldig gevoel zich van je meester maakt, een gevoel alsof je al weet wat het is. En dat gevoel klopt, je kent het van vroeger. Je was het kwijtgeraakt. De diamant is in een hoop rommel verdwenen. Maar als je die rommel kunt opruimen, zul je hem terugvinden – hij is van jou.

Hij kan niet werkelijk verdwenen zijn, hij kan op z’n hoogst vergeten zijn. We zijn in een staat van meditatie geboren en leren dan te leven volgens de hebbelijkheden van de mind. Maar onze ware aard blijft diep van binnen als een onderstroom aanwezig. Op een dag nadat je een beetje gegraven hebt, zul je merken dat de bron nog steeds stroomt, een bron met vers water. En de grootste vreugde van je leven is die bron te vinden.

                                                                                          Osho, het oranje boek

"Meditatie is een toestand voorbij het denken. Meditatie is een toestand van puur bewustzijn, een bewustzijnhome pagina zonder bewustzijnsinhoud.

Normaal is je bewustzijn overladen met rommel, vergelijkbaar met een spiegel, die onder het stof zit. De mind is een onafgebroken stroom van verkeer: gedachten komen en gaan, ambities komen en gaan – het is één continue verkeersstroom, dag in dag uit. Zelfs als je slaapt is je mind aan het werk – dat zijn je dromen.  De mind weet niet van ophouden, hij roert zich in je zorgen en je onrust. Hij bereidt zich al voor op de dag van morgen. Ongemerkt loopt hij op alles vooruit.

Zo is het als je niet mediteert. Meditatie is precies het tegenovergestelde. Als er geen verkeer is en het denken gestopt is – er roeren zich geen gedachten, geen verlangen steekt de kop op, je bent doodstil – die stilte is meditatie. En in die stilte ervaar je de waarheid en nooit op een andere manier.

Meditatie is een toestand voorbij het denken.
Die toestand kun je nooit ervaren via de mind, omdat de mind eeuwig in zijn eigen kringetje blijft ronddraaien. Wat mediatie is kun je alleen ervaren door de mind terzijde te schuiven, door je koel, onaangedaan en niet-geïdentificeerd op te stellen tegenover de mind, door te kijken naar het voorbijtrekken van de mind, zonder je met hem te vereenzelvigen, door niet te denken: dat ben ik.

Meditatie is het inzicht dat ik niet ben wat er in mijn hoofd omgaat. Als dat inzicht zich in je verdiept, komen er stilaan momenten…momenten van verheldering, momenten waarop niets zich in je roert en alles stil is. In die stille momenten weet je wie je bent en begrijp je het geheim van het bestaan.

Er breekt een dag aan, een gezegende dag, waarop meditatie je natuurlijke toestand is geworden.
De mind is heel onnatuurlijk. Hij wordt nooit je natuurlijke staat. Maar meditatie is een natuurlijke toestand en wel één, die we kwijt zijn geraakt. Het is een paradijs dat we zijn kwijtgeraakt maar we kunnen dit paradijs wel herwinnen.

Kijk in de ogen van een kind, kijk goed en je ziet een immense stilte en onschuld. Elk kind komt in een toestand van meditatie ter wereld maar vervolgens moet het in de regels van de maatschappij worden ingewijd – het moet leren denken, rekenen, redeneren, argumenteren – het moet zich woorden, taal, begrippen eigen maken.
En langzaam, heel langzaam verliest het kind het contact met zijn eigen onschuld. Het raakt besmet, vergiftigd door de maatschappij. Het wordt een efficiënt instrument. Het is geen mens meer.

Het enige wat je moet doen is die ruimte nog eenmaal terugvinden. Je hebt die ruimte ooit gekend en als je voor het eerst ervaart wat meditatie is, zul je tot je verbazing merken dat een geweldig gevoel zich van je meester maakt, een gevoel alsof je al weet wat het is. En dat gevoel klopt, je kent het van vroeger. Je was het kwijtgeraakt. De diamant is in een hoop rommel verdwenen. Maar als je die rommel kunt opruimen, zul je hem terugvinden – hij is van jou.
Hij kan niet werkelijk verdwenen zijn, hij kan op z’n hoogst vergeten zijn. We zijn in een staat van meditatie geboren en leren dan te leven volgens de hebbelijkheden van de mind. Maar onze ware aard blijft diep van binnen als een onderstroom aanwezig. Op een dag nadat je een beetje gegraven hebt, zul je merken dat de bron nog steeds stroomt, een bron met vers water. En de grootste vreugde van je leven is die bron te vinden."

                                                                     Osho, het oranje boek